Spaarhypotheek

Deze aflossingsvorm is afgeleid van de levenhypotheek en heeft dan ook vrijwel dezelfde basiskenmerken.

Het grote verschil tussen beide hypotheekvormen is dat bij de spaarhypotheek over de via de levensverzekering gespaarde bedragen een rente wordt vergoed die gelijk is aan de hypotheekrente. Hierdoor is het rendement op de ingelegde spaarpremies bij het aangaan van de lening bekend. Bij de levenhypotheek staat dit rendement niet vast. Door de koppeling van de hypotheekrente aan de spaarvergoeding op de levensverzekering is er de zekerheid dat de lening aan het einde van de looptijd wordt afgelost. De koppeling van de hypotheekrente en het rendement op de ingelegde spaarpremie heeft nog een consequentie. Indien de rente na afloop van een rentevaste periode stijgt, stijgen de rentelasten over de hoofdsom. Aan de andere kant dalen dan de periodiek te betalen spaarpremies. Bij een daling van de hypotheekrente, dalen de rentelasten over de hoofdsom. Aan de andere kant stijgen in dat geval de periodiek te betalen spaarpremies. Hierdoor zijn de bruto- en netto lasten bij rentewijzigingen in een beter evenwicht.